Het verhaal van Roos

IMG00013

Het was op zo’n gure regenachtige najaarsdag dat Roosje in ons leven kwam.  Het plensde dagenlang, er leek maar geen eind aan te komen. Ik liep buiten met mijn hondjes en zag weer, de laatste week steeds op verschillende tijden, een kat  in de regen naast het bushokje zitten. Of ze liep daar in de buurt rond de flats. Ze zag er mager en slecht uit. Ik besloot in de buurt wat rond te vragen. ‘Ach ja zielig he?’, zeiden een paar oudere bewoners uit een van de flats, ‘ze loopt hier sinds een paar maanden en ze werd zo mager dat ze letterlijk omviel en in elkaar zakte. We zijn toen maar eten neer gaan zetten.’ ‘Kwam niemand dan op het idee om de dierenambulance te bellen?’, vroeg ik. ‘Nee, want die asiels zitten in de zomermaanden zo vol, dan krijgt ze gelijk een spuitje!’ , antwoordde een van de dames stellig. Wat gefrustreerd ging ik een paar dagen lang bij alles en iedereen in die buurt langs, maar niemand wist van wie ze was. Ik kon er ’s nachts niet van slapen en stond voor het raam naar buiten te turen, waar zou ze nu zijn? De volgende ochtend plensde het weer, ik liep langs het bushokje en zag haar mauwend zitten in de stromende regen. Later hoorde ik dat ze daar weleens een boterham kreeg van een pauzerende buschauffeur. Ik kon het niet meer aanzien en belde een vriendin voor hulp. Gewapend met motorhandschoenen en handdoeken gingen we naar haar op zoek, je weet tenslotte nooit hoe een zieke en verzwakte kat reageert als je die oppakt en in een vervoersmandje wil doen. En laten ontsnappen zou echt zonde zijn, dan lukt het misschien niet meer om haar te pakken. Nee, het moest in 1 x goed gaan. Wij op pad. We hadden een strategie bedacht om haar te kunnen vangen. Maar wat schetste onze verbazing? Ik riep haar en omdat ik haar niet meteen zag, ging ik op mijn hurken zitten.  Ze zag me, kwam uit de bosjes op mij afgelopen en ging zo het mandje in! Ze was zo moe dat ze volgens mij dacht dat alles beter was dan nog langer buiten in de kou te moeten overleven. We hadden nog een kat en daarom vertoefde ze voorlopig in een apart kamertje. Een soort ziekenboegje, voorzien van alles wat ze nodig had. Maar ze had niet veel nodig, alles waar ze naar verlangde was een warm en veilig plekje om bij te komen. Een warm mandje, een kattenbak en eten en drinken. De eerste weken at en sliep ze alleen maar. Ze was helemaal op.

De dierenarts zei dat ze daardoor ook zo weinig reageerde, ze lag hele dagen opgekruld in haar mandje in diepe slaap. Behalve als ze iets hoorde dat ze kon associëren met eten, dan was ze meteen wakker. Langzaam kwam ze bij en beseften wij wat het lot ons had gebracht. Een van de liefste katten die je je kunt indenken. Alle instanties waren natuurlijk op de hoogte gebracht, maar er was niemand die haar miste. Ze was ook niet gechipt en niet “geholpen”.  Peter was in eerste instantie niet zo enthousiast om weer een kat erbij te nemen. Het duurde echter niet lang of hij hield ook van haar. Ik weet nog goed dat na maanden de telefoon ging, Amivedi, hij nam op en trok even wit weg. Er was een kat vermist die op Roos leek. Het bleek tijdens het gesprek toch niet om Roos te gaan, en ze kon gelukkig bij ons blijven. Ze wende snel aan de andere kat en de honden, en hoorde er in korte tijd helemaal bij.

Inmiddels zijn we vele jaren verder en is Roos overleden, triest genoeg door een tumor in haar mond, die niet operabel was. Ze kon dus steeds slechter eten, terwijl ze zo verzot was op eten. Die obsessie voor eten is altijd gebleven, de koelkastdeur open, een krakend zakje, een pak rijst dat ze hoorde, zodra ze iets hoorde wat maar op eten leek stond ze naast je. Ze at alles, pakte soms met twee voorpootjes je hand vast en trok die naar zich toe, wanneer ze dacht dat je iets lekkers had. Haar bijnaam werd dan ook “Dikkiedik”, hoewel we haar gewicht in de gaten hielden zodat ze niet te dik zou worden. Ze was ook wat gedrongen van bouw, wat ik vaak als excuus gebruikte. Maar wie kon haar deze drang naar eten kwalijk nemen, ze heeft buiten zo moeten knokken om te overleven en aan eten te komen.

Ik denk nog vaak aan Roos, zeker in deze tijd van het jaar. En aan al die katten, die niet worden opgevangen, die buiten moeten zien te overleven. Roos heeft ook nooit meer naar buiten verlangd, ze zat soms in de afgezette achtertuin bij mooi weer even in het zonnetje, maar een hard geluid of een toeterende auto was genoeg om snel naar binnen te gaan en op je schoot te kruipen. Ook was ze een zogenoemde hangkat, ze hing graag als een warm bontje in je nek, of ze lag op schoot met haar pootjes te trappelen. Soms zat ze op een regenachtige dag naar buiten te kijken, en vroeg ik mij af of ze terugdacht aan haar zwerversbestaan.

IMG_0912.jpg

Dit verhaal van Roosje is hopelijk een stimulans voor anderen om eens in een asiel of bij een zwerfkattenopvang, zoals bijvoorbeeld https://www.zwerfkattenrijnmond.nl, te kijken naar een kat, en op straat om je heen te kijken of je zwervertjes ziet. Roos was waarschijnlijk buiten gezet tijdens de zomervakantie, ik vermoed dat ze uit een van de nabijgelegen flats kwam.

Nog altijd gebeurt het dat dieren buiten worden gezet omdat de eigenaars op vakantie gaan, zomer en winter, of om een andere reden hun huisdier kwijt willen. Zeker nu het weer omslaat vraag ik jullie om goed om je heen te kijken, misschien heeft een dier je hulp nodig. Er kan zomaar iets moois op je pad komen.

Liefs,

Eveline 💚

De avonturen van Daan

Omdat het bijna een jaar geleden is dat mijn allerliefste kater Daan overleed, twee korte verhaaltjes ter herinnering aan deze speciale kat.

Daan was net een stripfiguurtje. Hij had zoveel gezichtsuitdrukkingen, het was zo’n grappig kereltje, mijn lieve held op sokken. Een extreem lieve, lange slungel. Hij liep wat vreemd met zijn achterlijfje, slingerde met zijn achterpootjes alsof hij een borreltje teveel op had. De lange, grotendeels verlamde staart, hing er vreemd bij. Aan het einde zat een klein knikje, waardoor het witte puntje iets omhoog stond. Dit waren de restanten van zijn hernia-operatie. Hij had er zelf geen last van. Daan was super aanhankelijk en volgde mij bij alles wat ik deed. Hij vertederde mij iedere dag en was het zonnetje in mijn leven. Ik mis hem, er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan mijn lieve gappie denk.

FullSizeRender4

Een vreemde kat buiten.

De serredeuren naar de achtertuin staan open. De zon valt als een warme gloed het huis binnen. Ik ben in de keuken aan het rommelen. Daan zit op zijn vaste plek in het raamkozijn en aanschouwt met een kritische blik mijn handelingen. Tessa ligt vlak voor het aanrecht, hinderlijk in de weg. Ik sta wijdbeens in rare houdingen om haar te ontzien. Plots horen we gemiauw buiten. Daan kijkt mij verschrikt aan. Hoor je dat vrouwtje?  ‘Ja Daantje, ik hoor het ook. Wie is dat nou?’ Hij springt via het aanrecht over Tessa heen op de grond. Tessa reageert niet. De nervositeit van Daan is ze gewend. Daan staat in de deuropening van de serre en kijkt mij aan alsof hij wil zeggen: Vroeger had ik die dikke (Roos, onze andere kat) die altijd onverschrokken naar buiten liep. Daar sloop ik dan stilletjes achteraan.  Ik durf niet alleen.

Hij en Roos waren een uniek duo, een beetje zoals Peppie en Kokkie of Laurel en Hardy. De stoere garfieldachtige Roos voorop met de slungelige, onhandige bange Daan in haar kielzog. Roos was een stuk kleiner en gedrongener dan Daan. Hij waarschuwde haar als er onraad was. Roos was zelf nogal onverschillig, maar wel empatisch naar Daan toe. Als hij haar kwam halen ging ze mee de tuin in. Ze zat voor het gaas met een dikke staart te grommen. Onverschrokken bleef ze zitten, net zolang tot de ongewenste gast aan de andere kant van het gaas verdween. Daan zat schuin achter haar verdekt opgesteld alsof hij haar rugdekking gaf, hoewel hij zich er nooit mee zou bemoeien. Trots kwamen ze daarna naar binnen gelopen, Daan vol bewondering voor Roos. Alsof ze een thuiswedstrijd hadden gewonnen en Roos het winnende doelpunt had gemaakt. Daan was dan ook ontroostbaar toen zijn steun en toeverlaat wegviel.

IMG_0595-1

Ik voel mij verplicht om met hem mee te gaan kijken. Nieuwsgierig als ik ben wil ik ook weten wie er zo mauwt. Ik loop naar de achterkant van de tuin, op mijn hielen gevolgd door een sluipende Daan. Bij het muurtje van de garage wacht hij. Vanachter een grote houten plantenbak kijkt hij als een stokstaartje om het hoekje. Zijn hoofdje verschijnt langzaam boven de rand, zijn grote ogen kijken mij angstig aan. ‘Kom maar Gappie, het is niet eng.’ De kat zit twee tuinen verderop en is een bekende in de buurt. Als een klein kind dat opgetild wil worden en zijn armpjes uitstrekt staat hij vragend voor me. Hij zet zijn voorpootjes tegen mijn bovenbeen. De scherpe nageltjes moeten nodig geknipt. Ik til hem op en samen kijken we door het gaas naar de griezelige zwarte kater in de tuin twee huizen verderop. De engerd stopt met mauwen en loopt nietsvermoedend weg. We kijken hem na. Daan hangt voorover in mijn armen. Hij strekt zijn nek en beweegt zijn hoofdje schichtig heen en weer om toch nog iets op te vangen van de kat. Hij kijkt me onzeker aan. ‘Hij is weg Daan, de kust is veilig.’

Genoeg avontuur. Na deze enerverende ervaring neem ik Daan hangend over mijn schouder mee naar binnen, en we vervolgen onze bezigheden. Daarna besluit ik boven even te rusten. Tessa loopt gemoedelijk mee de trap op. Daan dribbelt zoals gewoonlijk met ons mee. Hij schiet voor ons uit de slaapkamer in en springt op bed, nog voor ik erop zit.  Ik moet oppassen dat ik niet bovenop hem beland. Daan wurmt zich snel luid spinnend op schoot. Niet veel later snurkt hij met lieve kleine geluidjes. Zijn pootjes bewegen, ook de snorharen en zijn roze mondje en neusje trillen. Hij droomt vast over enge zwarte buurkatten.

Gekke uurtje.

Hoewel Daan een pantoffelheld was, was hij hier in huis de gangmaker. Niets leuker dan een “gekke uurtje”. Door het huis rennen en dan in vliegende vaart op de nietsvermoedende kipjes afstieren die achter in de tuin lopen. Het leukste was natuurlijk als ze dan opvlogen, maar dat lukte helaas nog maar zelden. Ze reageerden steeds minder op zijn fratsen. Heb je die idioot weer, leken ze te denken. Zodra het ging schemeren zat Daan graag bij het trappetje van hun nachthok om de kipjes te plagen die op stok wilden. Wanneer ik op bed lag en de kipjes hoorde klagen, gooide ik het raam boven open en riep ik; ‘Hé, is het afgelopen?!’ Daan keek mij ondeugend aan en kwam luid mauwend naar boven gesjeesd. Ik groette de buren vriendelijk die buiten in de tuin zaten en mij lachend aankeken. Ze hadden zelf een Franse bull genaamd Bartje, die regelmatig door Daan werd uitgedaagd. Daan ging dan vlak voor de schutting op het dak van zijn buitenkattenbak zitten en stak zijn witte voorpootje door een kier van de schutting: Hé hallo Bartje! Bartje op zijn beurt snuffelde knorrend zoals bulldogjes doen aan het heen en weer bewegende pootje, wat ook zo maar plots weer verdween. Daan gluurde door de kieren naar de nieuwsgierige Bartje. Zo waren ze samen een poosje zoet tot Bartje het zat was. Roos moest het ook vaak ontgelden. Als ze zich niets vermoedend zat te wassen, en Daan een wilde bui kreeg, loerde hij om het hoekje half zittend/ liggend naar haar. Hij wiebelde met zijn kontje en vervolgens werd de aanval ingezet. Arme Roosje, als een tuimelaartje viel ze om.  En dan was er nog Tessa. Ze hield niet van ongewenste intimiteiten en maakte dat aan andere honden duidelijk kenbaar. Maar als Daan opdringerig werd, wist ze zich geen raad en kwam mij om hulp vragen: Help, hij doet het weer…hij is weer bezig! Daan gedroeg zich meestal onderdanig naar haar toe, maar in een verliefde bui wist hij soms van geen ophouden. Hij mocht daarom niet op de hondenbedden om Tessa te beschermen en rust te gunnen. Maar ’s nachts gebeurde het weleens dat ik wakker werd van een zuchtende Tessa naast mijn bed. Met slaperige ogen zag ik haar schaduw in het donker naast mij staan. Ik wist meteen wat er speelde en meestal was een ‘Hé!!’ voldoende en hoorde ik Daan wegschieten. Zo niet, dan ging ik rechtop zitten en deed ik het licht aan. Daar lag Daan op zijn rug te kronkelen, midden op het grote hondenbed. Brutale blik in zijn ogen. ‘Daaaan!’ zei ik dan, waarna hij alsnog schuldbewust wegrende. Tessa sjokte gerustgesteld terug en ging met een zucht liggen. Daan rende nog even rond en speelde uitgelaten met zijn speelgoedmuis en de grote kartonnen doos op de gang, die je van de ene naar de andere kant hoorde schuiven. We hadden er een gat in gemaakt, tot grote hilariteit van Daan die gillend van enthousiasme in en uit de doos sprong. Tessa en ik keken elkaar gelaten aan, het was een kwestie van wachten tot Daan het zat was en weer bij mij in bed kroop. Dan kon de familie verder slapen. Want morgen wachtte een nieuwe dag, met nieuwe avonturen.

FullSizeRender3.jpg

Bedankt voor het lezen, ik hoop dat je het leuk vond.

Tot een volgende keer.

Liefs,

Eveline 💚