Over ziek zijn, beter worden en de vraag: beter worden in wat?

Over revalideren, op mijn manier. 

Alles komt goed

Ik volg een strak regiem van trainingen. Het gaat langzaam beter, maar soms bekruipt me het gevoel nergens bij te horen. Niet bij de wereld van de zieken, maar ik kan ook nog niet goed meekomen met die van gezonde mensen. Ik val er tussenin. Ik vroeg mij vroeger weleens af hoe mijn leven eruit zou zien als ik uit dit zieke lijf, deze gevangenis, zou kunnen ontsnappen. Hoe bevrijdend het zou zijn. Maar is dat wel zo? Kan ik die vrijheid en het gewone leven na zoveel jaar wel aan? Ik ben dankbaar, maar onzeker en kan de vele prikkels vaak niet goed verwerken. Het kost tijd om iets goed tot me door te laten dringen. Buitenstaanders kijken mij soms vragend aan, vinden me raar. Ze spreken het niet uit, maar ik voel het. Wat mis ik Tessa toch, ik kan mij nog altijd zo verloren voelen zonder haar. Buiten die momenten van vertwijfeling denk ik: Kom maar op, laat het leven zich maar ontvouwen. Steeds vaker durf ik de verkramping los te laten, erop te vertrouwen dat het goed komt en wanneer ik mijn strakke schema loslaat ik niet direct een terugval krijg in mijn conditie.

Sterker, maar breekbaar

Mijn lichaam is sterker, al blijft het fragiel, mijn systeem kwetsbaar, en heeft mijn lijf soms moeite om het systeem draaiende te houden. De bloedcirculatie en lymfesysteem werken nog verre van optimaal, klieren zijn soms opgezet. Ook daar komt verbetering in, maar het gaat met twee kleine stapjes vooruit en weer een terug.

Chronisch ziekzijn is een dagtaak en revalideren wordt niet voor niets vergeleken met het beoefenen van topsport.

Ziek of gezond?

Ik had je het liefst alleen maar positief nieuws verteld, maar de waarheid is dat het een beetje tegen zit. Ik heb weer een nekhernia, de derde op rij, en moet daarom nog meer op mijn gezondheid letten. Ik ga door met trainen, in overleg met mijn fysiotherapeut, in aangepaste vorm. Het hoort erbij, je weet dat wanneer je chronisch ziek bent je zo weer kan worden getackeld. Letterlijk en figuurlijk. Ik zie het maar als een test, inmiddels weet ik dat ik de veerkracht heb om hier weer bovenop te komen. Vertrouwen hebben in mijn lichaam en dankbaar zijn voor wat is, is mijn houvast.

Krachttraining bij Fit20

IMG_7551

Sinds vorig jaar zomer word ik begeleid door een personal trainer. Hij wacht mij altijd enthousiast op, ‘Gaan we weer knallen?’ Dat knallen valt mee hoor, het blijft constant zoeken naar balans, tussen dat wat mijn lichaam aankan en mijn grenzen verleggen. De trainingen gaan gelukkig steeds beter. Vooral het toestel voor het trainen van de buikspieren was in het begin een ramp. Bij een apparaat voor de beenspieren reageert hij, ‘Wat ben jij toch lenig, niet normaal!’ Hij verbaast zich daar over, maar ik zat vanaf mijn vierde jaar op ballet en blijkbaar heeft dat een langere houdbaarheidsdatum dan je spierkracht. Mijn spierkracht is in die anderhalf jaar trainen bij fit 20 behoorlijk verbeterd, ik zit nu op ongeveer de helft van een gezonde vrouw van mijn leeftijd. Dat is gigantisch als je nagaat op welk niveau ik begon, er sneuvelen aan de lopende band records. Hij laat mij na de training zijn ipad zien, met daarop de grafieken van mijn vorderingen. Bij zijn aantekeningen staat met grote letters: Wauw! ‘Ik heb vanmiddag nog lopen opscheppen over je,’ vult hij aan en knikt met een big smile, ‘echt waar!’

Op de flowmat

IMG_7575

Ik lijk wel gek, denk ik bij de aanblik van de spijkermat. Ik heb hem via internet. Ze noemen het een flowmat, de spijkers zijn vervangen door vlijmscherpe plastic puntjes die je bloedcirculatie en acupunctuurpunten positief zouden beïnvloeden. De eerste keer lukt het me net om er 10 minuten op te blijven liggen. Het is zo scherp dat ik mijn hand eraan open haal. Mijn rug is naderhand knalrood, maar voelt ontspannen aan. Na een paar weken lukt het om een half uur te blijven liggen, intussen luister ik naar meditaties en podcasts. Het is geen wondermiddel, maar alle beetjes helpen. Ik noem dat procentjes sprokkelen.

De bergetappe

IMG_7552

De laatste paar jaar voor Tessa’s dood stond er een simpel hometrainertje uit de kringloopwinkel aan het voeteneinde van mijn bed. Ik begon met af en toe één minuut fietsen, en had het opgebouwd tot vijf minuten. Na het wegvallen van Tessa ben ik verder gegaan tot tien. En toen kwam het grote moment dat ik het buiten ging proberen. Ik slingerde als een dronken vent, omdat ik mijn evenwicht niet kon bewaren, te langzaam fietste en te weinig kracht had om vaart te maken en dus amper vooruit kwam. Vandaar dat ik het ’ s avonds laat oefende, geen last van verkeer en pottenkijkers. Ik ben ook nog kippig, dus ik was een gevaar op de weg. Eerst een paar minuten lopen, dan een paar minuten fietsen, daarna weer teruglopen. Stopwatch op mijn arm. Dat was ruim drie jaar geleden. En nu? Nu is het eind 2017 en ik fiets 2 keer bijna een half uur! Daarbij neem ik af en toe een brug, zoals de Giezenbrug, dat is voor mij een hele klim en behoorlijk zwaar. Vandaar dat ik die laatste route tot ‘de bergetappe’ heb gedoopt. Daarna is het wel over en uit, lig ik op bed en heeft mijn lichaam de hele nacht nodig om te herstellen.

Yoga

IMG_7550

Met de yogalessen kan ik tegenwoordig aardig meekomen, in het begin moest ik vaak tussendoor even stoppen of kon ik veel oefeningen überhaupt niet meedoen omdat ze te zwaar waren. Ik heb ook vaak aan nieuwe cursisten moeten uitleggen waarom ik met een scootmobiel naar de yogales kom. Het is vreemd natuurlijk, ik begrijp dat buitenstaanders raar opkijken. Wanneer ik uitleg dat ik de oefeningen van de fysiotherapeut zat was en zo graag weer de yoga wilde oppakken, omdat ik dat leuk vind en zo weer onder de mensen kom, begrijpen ze het beter. Het is fijn dat ik zulke vorderingen maak en mijn spieren sterker worden. En minstens zo fijn is het meeleven van de anderen, ik heb veel aan mijn yoga docente en medecursisten te danken. Ik ben daar een half jaar na Tessa’ s dood voorzichtig begonnen en de rest van mijn huidige revalidatieschema is hieruit voortgevloeid.

Leg dat maar eens uit

Het noodzakelijk verdelen van mijn energie levert komische taferelen op. Hoe vaak ik niet de vraag krijg of ik een lekke band heb wanneer ik met de fiets aan de hand loop of mensen verschrikt opkijken van het alarm op mijn stopmatch. Mensen kijken ook verbaasd als ze mij de ene keer in de scootmobiel voorbij zien komen en later, soms zelfs binnen een paar uur, op de fiets. Ik zie ze denken, hoe kan dat nou? Leg dat maar eens uit. Ik probeer het de laatste tijd wel te combineren, dus de fiets ook te gebruiken als vervoersmiddel. Het lastige is dat de activiteit waar ik heen fiets ook energie kost, en ik dan het risico loop te moe te zijn om nog terug te kunnen fietsen. Dus vandaar dat ik ’s middags in de scoot en ’s avonds weer vrolijk op de fiets zit! Je zou, zeker in de zomer als iedereen buiten zit, de gezichten eens moeten zien.

Lopen

IMG_7576

Die paar minuten lopen in de straat zijn na ruim tien jaar uitgegroeid tot heuse looptrainingen van ruim een uur. Soms zelfs nog langer, en af en toe probeer ik daarbij zelfs een kleine 40 meter hard te lopen, als ik echt een goede dag heb. Hoewel ik niet echt hard ga hoor, maar ik doe een poging. Ik wissel de trainingen af en, afhankelijk van de andere activiteiten, wandel ik een paar avonden per week. Zo doe ik iedere avond iets anders om mijn spieren maximaal te trainen. Als het echt slecht weer is en ik volgens mijn schema buiten zou moeten lopen en of fietsen, durf ik nu weleens over te slaan en doe ik in plaats daarvan extra oefeningen binnenshuis. En omdat mijn spieren sterker worden kan ik ook langer zitten en daardoor leuke dingen ondernemen. Al blijft het passen en meten wat ik wanneer kan doen en lig ik tussendoor nog veel op bed. Strak plannen en prioriteiten stellen, op Madurodam niveau, die term gebruik ik vaak om het uit te leggen. Want iedereen moet keuzes maken, alleen moet ik dat noodgedwongen dagelijks tot in detail.

Andere ondersteuning

Mijn shiatsu-therapeut en de natuurgeneeskundig therapeut werken aan mijn energie en spieren. Dat is nodig want mijn qi, mijn levensenergie, was vrijwel verdwenen en komt langzaam terug. De pijnlijke spierverklevingen, veroorzaakt door verzuring en slechte doorbloeding, worden intensief behandeld. Het heeft tijd nodig. Mijn onderlichaam blijft vaak ijskoud, ook na een training of yogales. Het voelt alsof mijn boven en onderlichaam nog niet helemaal op één lijn zitten. Ik heb de hulp van een orthomoleculair voedingsdeskundige ingeschakeld, omdat ik geen chemische troep meer wil slikken. Met natuurlijke supplementen en gezonde plantaardige voeding probeer ik mijn lichaam en organen te ondersteunen, zodat het zichzelf kan resetten.

Later, als ik groot ben

IMG_7578

Mensen vragen mij weleens wat ik wil worden, later als ik groot ben. Ik hoop natuurlijk dat ik straks met mijn boek veel mensen bereik, maar dat ik ook op andere manieren mijn ervaring kan inzetten om anderen te helpen. Ik heb het geluk dat ik zelf een team heb kunnen vormen met lieve, enthousiaste deskundigen die mij helpen. Ik ben ieder die mij de afgelopen jaren op wat voor manier dan ook heeft geholpen en gesteund enorm dankbaar. Dat geldt voor de professionals, maar zeker ook anderen die het zich misschien niet eens bewust zijn. Zonder jullie was ik nooit zover gekomen, had ik het niet gered!

De grote misvatting

Er moet me nog iets van het hart. Ik krijg vaak lovende woorden dat ik zo mijn best doe en zulke vorderingen maak. Dat is hartstike fijn natuurlijk, maar het betekent niet dat iemand die niet vooruit gaat en waarbij het niet lukt, niet genoeg zijn best doet. Ik stoor me vaak aan het propageren van het idee dat je alles in de hand hebt en als je maar genoeg je best doet je alles kunt bereiken. Ik vind het niet alleen kwetsend, maar ook misleidend en de halve waarheid, want zo simpel steekt het leven niet in elkaar. Als alles je voor de wind gaat lijkt het leven misschien volledig maakbaar, maar het is een illusie. Je invloed is beperkt. Het leven is wat je overkomt, terwijl je andere plannen maakt. Ik ben vooral dankbaar, ontzettend dankbaar dat er na al die jaren ploeteren licht is aan het eind van de tunnel.

Als je worstelt met het opbouwen van je conditie heb ik een belangrijke tip; zoek iets wat je leuk vindt, begin met kleine stapjes en bouw het langzaam op, dan houd je het het langste vol.

Beter worden heb je niet onder controle, de levenskunst zit hem in het beter worden in accepteren en loslaten van controle.

Tot slot dank ik natuurlijk alles in eerste instantie aan Tessa. Als zij er niet was geweest, had ik het die afgelopen dertien jaar never nooit volgehouden. De cartoons zijn een knipoog naar haar, ik noemde haar toen ze pas bij ons was weleens gekscherend Scooby Doo.

Dank voor het lezen, je tijd en belangstelling.

Liefs,

Eveline 💚

De avonturen van Daan

Omdat het bijna een jaar geleden is dat mijn allerliefste kater Daan overleed, twee korte verhaaltjes ter herinnering aan deze speciale kat.

Daan was net een stripfiguurtje. Hij had zoveel gezichtsuitdrukkingen, het was zo’n grappig kereltje, mijn lieve held op sokken. Een extreem lieve, lange slungel. Hij liep wat vreemd met zijn achterlijfje, slingerde met zijn achterpootjes alsof hij een borreltje teveel op had. De lange, grotendeels verlamde staart, hing er vreemd bij. Aan het einde zat een klein knikje, waardoor het witte puntje iets omhoog stond. Dit waren de restanten van zijn hernia-operatie. Hij had er zelf geen last van. Daan was super aanhankelijk en volgde mij bij alles wat ik deed. Hij vertederde mij iedere dag en was het zonnetje in mijn leven. Ik mis hem, er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan mijn lieve gappie denk.

FullSizeRender4

Een vreemde kat buiten.

De serredeuren naar de achtertuin staan open. De zon valt als een warme gloed het huis binnen. Ik ben in de keuken aan het rommelen. Daan zit op zijn vaste plek in het raamkozijn en aanschouwt met een kritische blik mijn handelingen. Tessa ligt vlak voor het aanrecht, hinderlijk in de weg. Ik sta wijdbeens in rare houdingen om haar te ontzien. Plots horen we gemiauw buiten. Daan kijkt mij verschrikt aan. Hoor je dat vrouwtje?  ‘Ja Daantje, ik hoor het ook. Wie is dat nou?’ Hij springt via het aanrecht over Tessa heen op de grond. Tessa reageert niet. De nervositeit van Daan is ze gewend. Daan staat in de deuropening van de serre en kijkt mij aan alsof hij wil zeggen: Vroeger had ik die dikke (Roos, onze andere kat) die altijd onverschrokken naar buiten liep. Daar sloop ik dan stilletjes achteraan.  Ik durf niet alleen.

Hij en Roos waren een uniek duo, een beetje zoals Peppie en Kokkie of Laurel en Hardy. De stoere garfieldachtige Roos voorop met de slungelige, onhandige bange Daan in haar kielzog. Roos was een stuk kleiner en gedrongener dan Daan. Hij waarschuwde haar als er onraad was. Roos was zelf nogal onverschillig, maar wel empatisch naar Daan toe. Als hij haar kwam halen ging ze mee de tuin in. Ze zat voor het gaas met een dikke staart te grommen. Onverschrokken bleef ze zitten, net zolang tot de ongewenste gast aan de andere kant van het gaas verdween. Daan zat schuin achter haar verdekt opgesteld alsof hij haar rugdekking gaf, hoewel hij zich er nooit mee zou bemoeien. Trots kwamen ze daarna naar binnen gelopen, Daan vol bewondering voor Roos. Alsof ze een thuiswedstrijd hadden gewonnen en Roos het winnende doelpunt had gemaakt. Daan was dan ook ontroostbaar toen zijn steun en toeverlaat wegviel.

IMG_0595-1

Ik voel mij verplicht om met hem mee te gaan kijken. Nieuwsgierig als ik ben wil ik ook weten wie er zo mauwt. Ik loop naar de achterkant van de tuin, op mijn hielen gevolgd door een sluipende Daan. Bij het muurtje van de garage wacht hij. Vanachter een grote houten plantenbak kijkt hij als een stokstaartje om het hoekje. Zijn hoofdje verschijnt langzaam boven de rand, zijn grote ogen kijken mij angstig aan. ‘Kom maar Gappie, het is niet eng.’ De kat zit twee tuinen verderop en is een bekende in de buurt. Als een klein kind dat opgetild wil worden en zijn armpjes uitstrekt staat hij vragend voor me. Hij zet zijn voorpootjes tegen mijn bovenbeen. De scherpe nageltjes moeten nodig geknipt. Ik til hem op en samen kijken we door het gaas naar de griezelige zwarte kater in de tuin twee huizen verderop. De engerd stopt met mauwen en loopt nietsvermoedend weg. We kijken hem na. Daan hangt voorover in mijn armen. Hij strekt zijn nek en beweegt zijn hoofdje schichtig heen en weer om toch nog iets op te vangen van de kat. Hij kijkt me onzeker aan. ‘Hij is weg Daan, de kust is veilig.’

Genoeg avontuur. Na deze enerverende ervaring neem ik Daan hangend over mijn schouder mee naar binnen, en we vervolgen onze bezigheden. Daarna besluit ik boven even te rusten. Tessa loopt gemoedelijk mee de trap op. Daan dribbelt zoals gewoonlijk met ons mee. Hij schiet voor ons uit de slaapkamer in en springt op bed, nog voor ik erop zit.  Ik moet oppassen dat ik niet bovenop hem beland. Daan wurmt zich snel luid spinnend op schoot. Niet veel later snurkt hij met lieve kleine geluidjes. Zijn pootjes bewegen, ook de snorharen en zijn roze mondje en neusje trillen. Hij droomt vast over enge zwarte buurkatten.

Gekke uurtje.

Hoewel Daan een pantoffelheld was, was hij hier in huis de gangmaker. Niets leuker dan een “gekke uurtje”. Door het huis rennen en dan in vliegende vaart op de nietsvermoedende kipjes afstieren die achter in de tuin lopen. Het leukste was natuurlijk als ze dan opvlogen, maar dat lukte helaas nog maar zelden. Ze reageerden steeds minder op zijn fratsen. Heb je die idioot weer, leken ze te denken. Zodra het ging schemeren zat Daan graag bij het trappetje van hun nachthok om de kipjes te plagen die op stok wilden. Wanneer ik op bed lag en de kipjes hoorde klagen, gooide ik het raam boven open en riep ik; ‘Hé, is het afgelopen?!’ Daan keek mij ondeugend aan en kwam luid mauwend naar boven gesjeesd. Ik groette de buren vriendelijk die buiten in de tuin zaten en mij lachend aankeken. Ze hadden zelf een Franse bull genaamd Bartje, die regelmatig door Daan werd uitgedaagd. Daan ging dan vlak voor de schutting op het dak van zijn buitenkattenbak zitten en stak zijn witte voorpootje door een kier van de schutting: Hé hallo Bartje! Bartje op zijn beurt snuffelde knorrend zoals bulldogjes doen aan het heen en weer bewegende pootje, wat ook zo maar plots weer verdween. Daan gluurde door de kieren naar de nieuwsgierige Bartje. Zo waren ze samen een poosje zoet tot Bartje het zat was. Roos moest het ook vaak ontgelden. Als ze zich niets vermoedend zat te wassen, en Daan een wilde bui kreeg, loerde hij om het hoekje half zittend/ liggend naar haar. Hij wiebelde met zijn kontje en vervolgens werd de aanval ingezet. Arme Roosje, als een tuimelaartje viel ze om.  En dan was er nog Tessa. Ze hield niet van ongewenste intimiteiten en maakte dat aan andere honden duidelijk kenbaar. Maar als Daan opdringerig werd, wist ze zich geen raad en kwam mij om hulp vragen: Help, hij doet het weer…hij is weer bezig! Daan gedroeg zich meestal onderdanig naar haar toe, maar in een verliefde bui wist hij soms van geen ophouden. Hij mocht daarom niet op de hondenbedden om Tessa te beschermen en rust te gunnen. Maar ’s nachts gebeurde het weleens dat ik wakker werd van een zuchtende Tessa naast mijn bed. Met slaperige ogen zag ik haar schaduw in het donker naast mij staan. Ik wist meteen wat er speelde en meestal was een ‘Hé!!’ voldoende en hoorde ik Daan wegschieten. Zo niet, dan ging ik rechtop zitten en deed ik het licht aan. Daar lag Daan op zijn rug te kronkelen, midden op het grote hondenbed. Brutale blik in zijn ogen. ‘Daaaan!’ zei ik dan, waarna hij alsnog schuldbewust wegrende. Tessa sjokte gerustgesteld terug en ging met een zucht liggen. Daan rende nog even rond en speelde uitgelaten met zijn speelgoedmuis en de grote kartonnen doos op de gang, die je van de ene naar de andere kant hoorde schuiven. We hadden er een gat in gemaakt, tot grote hilariteit van Daan die gillend van enthousiasme in en uit de doos sprong. Tessa en ik keken elkaar gelaten aan, het was een kwestie van wachten tot Daan het zat was en weer bij mij in bed kroop. Dan kon de familie verder slapen. Want morgen wachtte een nieuwe dag, met nieuwe avonturen.

FullSizeRender3.jpg

Bedankt voor het lezen, ik hoop dat je het leuk vond.

Tot een volgende keer.

Liefs,

Eveline 💚

Alternatief, daar zit iets in.

Over spiritualiteit, medische zorg, gezond verstand en hoe de waarheid in het midden ligt.

Als je begrijpt wat ik bedoel

Blog2 Plaatje1

Open minded, maar kritisch.

De eeuwenoude tradities en paden geven ons levenswijsheid en kennis over gezondheid en kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan je welzijn, maar tegelijkertijd is het goed om kritisch te blijven en je er eerst goed in te verdiepen. Als je je te lichtzinnig aan iets overgeeft, of te kritisch bent en zonder kennis alles veroordeelt, doe je jezelf tekort. Maar ik geef toe, ook ik schiet vaak in de lach om de zelfuitgeroepen goeroes en ingestraalde of uitgestraalde verlichte types die je soms ook op social media tegenkomt. En ligt het aan mij of wordt intussen de helft van Nederland gecoacht door de andere helft?  Het gaat me aan het hart dat mensen met bijzondere gaven en oprechte intenties worden overschaduwd door charlatans die op internet goede zaken doen. Het lijkt mij belangrijk om je gevoel, maar ook je gezonde verstand te gebruiken.

Alternatief? 

Dat geldt ook voor de alternatieve of complementaire geneeskunde. In je diepste wanhoop wil je beter worden en het maakt je niet uit naar welke piskijker je gaat. Ik weet als geen ander hoe moeilijk, zo niet onmogelijk, het is om je hier goed in te verdiepen als je ziek en kwetsbaar bent. Hoe scheid je het kaf van het koren?  Het schrijnende is dat de reguliere gezondheidszorg zo’n afkeer heeft van alles wat niet door de farmaceutische industrie wordt gefinancierd, dat ook hier alles op één hoop wordt gegooid.  Een gemiste kans, want de reguliere en alternatieve (what’s in a name?) zouden elkaar mooi kunnen aanvullen. Alternatief is ook een rare aanduiding en verzamelnaam, want veel oude geneeswijzen die ze daaronder scharen zijn al duizenden jaren oud. Zoveel ouder dan onze jonge commerciële farmaceutische industrie, die zelf trouwens ook gebruik maakt van die oude kennis.

Vannacht werd ik getroffen door een invallende gedachte

Blog2 Plaatje2

Regulier.

Wat weet een gemiddelde arts hier in het westen van voeding, mindset, leefstijl of preventie? Ik geloof dat er in de hele studie welgeteld één dag aan voeding wordt besteed. Het is geen geheim dat artsen bonussen krijgen van zorgverzekeraars en de farmaceutische industrie voor het uitschrijven van medicijnen. Ik heb mij weleens afgevraagd of er medicijnen worden voorgeschreven om symptomen van een ziekte te bestrijden of dat er ook diagnoses worden gesteld om medicijnen te kunnen voorschrijven. In ieder geval gaat het vaak voorbij aan de diepere oorzaken. De term ‘medicijnen studeren’ vat het dus eigenlijk goed samen.

Gezondheid.

Wist je dat ze in andere culturen heel anders naar gezondheid en gezondheidszorg kijken dan wij hier in het westen? Ik las laatst dat een huisarts in China wordt betaald naar de gezondheid van zijn patiënten. Hoe gezonder zijn patiënten, hoe beter de huisarts. Klinkt logisch toch? Dr. Pang Ming, een Oosters en Westers afgestudeerd arts, startte in 1991 in Beijing een klein Zhineng centrum. Het werd in korte tijd zo succesvol, met meer dan 300.000 patiënten, dat het de titel ‘het grootste medicijnloze ziekenhuis ter wereld’ kreeg. Arts en onderzoeker Henk Fransen heeft de intentie om hier in Nederland het eerste medicijnloze ziekenhuis op te zetten, om mensen te begeleiden in hun zoektocht naar genezing. Zodat ze gebruik kunnen maken van de kennis van beide werelden. De medische die van buitenaf en de alternatieve benadering die van binnenuit werkt, het beste van twee werelden gecombineerd. En hij krijgt gelukkig bijval. De laatste tijd wordt steeds vaker vanuit de westerse geneeskunde zelf de macht van de farmaceutische industrie ter discussie gesteld, een hoopvolle ontwikkeling.

Dat geeft te denken

Blog2 Plaatje3

Wat het mij heeft gebracht. 

Ik heb ook de wijsheid niet in pacht, ik zoek mijn eigen weg hierin. Mijn ervaring is dat het een complexe zoektocht is om jezelf en je lijf te leren kennen en te helen. Een mens zit wonderlijk in elkaar en is zeker geen verzameling losse onderdelen, vandaar dat de reguliere gezondheidszorg vaak tekortschiet. Met al die specialisten met een kokervisie, op hun eigen eilandjes van kennis. Zodra het te ingewikkeld wordt of samenwerking met andere disciplines vraagt kom je in de problemen, en wordt je van de één naar de ander gestuurd. Uiteindelijk moet je het zelf uitzoeken en kom je in een doolhof terecht. Dat heeft op den duur geresulteerd in een zelf opgezet revalidatietraject, en mijn persoonlijke zoektocht naar genezing. Ik heb een team van enthousiaste deskundigen die mij begeleiden op verschillende gebieden, en langzaam begint het zijn vruchten af te werpen.

In latere blogs zal ik daar dieper op ingaan, in de hoop dat ik hiermee anderen kan helpen.

Bedankt voor het lezen en ik wens je een goede gezondheid.

Liefs,

Eveline 💚

Help, mijn boek is bijna af!

Mijn boek vordert gestaag. Het is af en toe een emotionele achtbaan. Een bijzonder proces om mee te maken. Het ene moment ben ik superblij met het resultaat en denk ik, het wordt zo mooi! Om daarna wanhopig uit te roepen: Ik kan het niet, het lukt niet, het wordt nooit wat!

Hoe verder ik kom, hoe ingewikkelder het wordt. De focus ligt nu meer op kwaliteit, verhaallijnen, boodschap en structuur dan op kwantiteit.  Het verhaal ligt er al. 

Mensen denken dat je een boek in een keer opschrijft, je pakt je pen, schrijft je verhaal op en klaar. Niet dus, al ben ik wel in eerste instantie met een soort freewriting begonnen. En achteraf maar goed, gewoon in het diepe springen en domweg alles opschrijven waarvan je denkt dat het belangrijk zou kunnen zijn. Dan heb je in ieder geval een basis. Maar daarna, hoe moet je verder? Hoe maak je dan van jouw verhaal een boek waar lezers ook wat aan hebben?

Dan begint het schrappen, heel veel schrappen en herschrijven, verplaatsen van stukken tekst, scenes schrijven en weer herschrijven, samenvoegen.

Moet dat er nu wel of juist niet in, en zo ja, hoe dan? Wat voor mij waardevol is, kan een lezer misschien niet veel schelen en andersom. 

Zo wilde ik in het begin dat het alleen om Tessa zou gaan, ik was wat star. En hoewel ik daar tot vervelens toe over zou kunnen vertellen, werkt dat niet.

Dus ontkwam ik er niet aan om ook mijzelf bloot te geven en over mijn ziekzijn en de gevolgen daarvan te schrijven. Met de nodige weerstand, maar al doende verleg ik mijn grenzen.  

Het begin van een psychologisch proces van terugkijken, verwerken en linken leggen.

En wat schrijf je daar dan over op, en vooral, waar vraagt het verhaal om?

Hoe houd je het boeiend en hoe eindig je? 

Gelukkig word ik begeleid door een professionele schrijfcoach en redacteur, alleen had ik het nooit voor elkaar gekregen. Ik hoop binnenkort met proeflezers weer een stap verder te zetten.

Hoe dat verloopt lees je te zijner tijd. Zo spannend allemaal, leuk…maar ook een beetje eng. 

Liefs,

Eveline 💚